Wannabe

Filed Under (Nederlands, Vermaak) by Chris Pescott on 16-04-2007

Mijn coaxkabel slibt zowat dicht gelijk een coronair met geruptereerde plaques van al die onzinnige programma’s met BN-ers. ‘Stars’ noemen ze die lui ook nog. Ook apart. Vroeger werd je een ‘star’ door heel lang hard te zwoegen op iets waarvan je zeker wist dat je het goed kon, maar de rest van de wereld nog moest overtuigen. Het betekende een lange, pijnlijke strijd naar de faam, met het vervullen van rottige baantjes om in je levensonderhoud te voorzien. Slechts enkelen bereikten deze top, omdat ze de competenties hadden van een winnaar. Gedrag, motivatie, geestesgesteldheid en elasticiteit werkten synchroon om het onmogelijke mogelijk te maken. En dan was er voor enkelen het Valhalla, eindpunt van de slachting van waaruit de gekozenen vervolgens op en top geprepareerd, fier marcheerden in een strijd tegen de vergetelheid!

Dat waren nog eens tijden. Nu ben je een ‘star’ als je een programma op televisie hebt gehad, of je deed erin mee. Of je wilde erin meedoen maar je mocht niet, en daarom gaf je achteraf een persconferentie. Als het maar snel gaat. Wat is er mis met werken voor de eer? De vroegere ‘weg naar faam’ leverde automatisch weinig sterren op. Veel te weinig om 23 zenders dag en nacht onzin te laten uitbraken waarin sterren met niet-sterren een kunstje doen. De productie van sterren moest dus drastisch omhoog. Daar waar in ons Melkwegstelsel gemiddeld per jaar één ster (met de massa van ongeveer de zon) wordt ‘geboren’ en ook ‘sterft’ moet een gemiddelde zender er per jaar zo’n 20 afleveren. En deze hoge productiviteit leidt inherent tot verlies aan kwaliteit.

Bekijk de volgende voorbeelden en zie de analogie:

  • Wanneer je huid door UV verbrandt, worden nieuwe cellen aangemaakt om de verbrande huid te vervangen. Om de normale functies van de huid te garanderen, worden in een tempo sneller dan normaal vele nieuwe cellen aangemaakt. Deze verhoogde celproductie onderbreekt de normale genese. De cellen op zich en de samenhang zijn dusdanig, dat vervellen het gevolg is.
  • Vroeg in de 20e eeuw werd de staalproductie in Engeland sterk opgevoerd om de vraag naar extra oorlogsmaterieel op te vangen. Vanuit de ertsmijnen werd meer onzuiver erts gewonnen omdat techniek en capaciteit onvoldoende waren om een hoge kwaliteit te garanderen. Het resultaat was matig staal met als gevolg een matige oorlogsmachinerie. Het materiaal vertoonde veel mankementen.

Veel programma’s op televisie betreffen een activiteit ‘… with the stars’. ‘Singing’, ‘dancing’, ‘something’. In een reclame wordt al gesproken over tuinieren en ‘cooking’ ‘with the stars’. En hier blijft het niet bij, oh nee. Alleen heeft niet elk programma deze naam. Zo kon je poepen met sterren (Patty Brard), op vakantie met sterren (‘Wie is de mol?’, ‘Villa Felderhof’) en daten met sterren (Froukje de Both). We zijn blijkbaar verknocht aan sterren.

Maar waar komen deze sterren nu vandaan? Natuurlijk zou omroepland omroepland niet zijn wanneer aan deze productielijn op zich geen aandacht werd besteed. Zo werd de kersverse danser Jim Bakkum geboren in Idols. En om bekende Nederlanders met een tanende populariteit te reanimeren werd ‘So you wannabe a popstar’ verzonnen.

Ik voel wel iets voor een écht begin aan deze ellendige cascade van normverval, intellectuele vervlakking en emotionele slapte. Ik noem het: ‘So you wannbe a wannabe!’ Het lijkt me mooi als dan echte wannabe’s in de jury zitten. Nada van Nie (ex B-actrice), Herman (de onnozele nichterige kuif uit Idols 1), Gonny van Oudenallen (ex Tweede Kamer) en de kerel die laatst in de ‘Comedy Cellar’ in New York enkele rijen voor me Lisa Landry probeerde te slim af te zijn. Dat geeft een mooi gemêleerd gezelschap. We gaan onbekende mensen volgen die graag willen dat ze iets willen zijn. Belangrijk is dat ze helemaal niets kunnen, ze moeten alleen maar iets willen. Hoe minder ze erover hebben nagedacht hoe beter. Liever geen idolen hebben, of anders duizenden, waardoor ze geen keus kunnen maken. Daarin verwacht ik echter geen problemen. De wannabe wannabe’s moeten hiervoor natuurlijk wel betalen, want voor niets gaat de zon op (ieder jaar een nieuwe). Er zijn geen inschrijvingen, een simpele ingeving is voldoende. De duur van de ‘show’ wordt vantevoren niet bekend gemaakt. Er zullen workshops zijn, ‘coaching’ en lijfstraffen. Er zal hen een worst worden voorgehouden terwijl onder erbarmelijke omstandigheden arbeidstijdoverschrijdend zal moeten worden geploeterd. Ten dienste van de maatschappij, waarvan zij later de vruchten hopen te plukken. De sessies zijn geheim, en erover spreken is verboden. Thuis slapen mag niet. Totale afzondering zal hun deel zijn. En uiteindelijk: wordt het niet uitgezonden. Dat zal ze leren zichzelf zonder vaardigheden te profileren. Natuurlijk verdient het aanbeveling retrograad nog kandidaten aan de lijst toe te voegen. Gewoon om lekker op te ruimen.

Gattaca

Filed Under (English, Entertainment) by Chris Pescott on 15-04-2007

A truly amazing piece of art, the 1997 movie Gattaca received acclaim nor glory. Such a shame. Here’s why.

Never before has a film captured the future in a realistic way. Although filmed in 1997 and written far before then, it perfectly joins ‘contemporary’ moviethemes like love, ambition and interpersonal dynamics with ‘futuristic’ topics such as genetic engineering, gender choice, space travel and human perfection.

In the world of Gattaca, you can choose the color of your child’s eyes, the likelihood of obesity, the degree of intelligence, the tendency to violence, and many other characteristics. These choices are extremely important, for in the future, any slight defect — or the potential for a defect — may forever brand your child as imperfect. ‘We have enough imperfections built in already,’ says a doctor. The imperfect people photos clean toilets while the for larger genetically perfect people work in pristine offices while designing interplanetary space flights. Gattaca is the debut feature film of director Andrew Niccol, and it’s an assured, stylish debut, a marvelously-designed and photographed vision of the future that brims with paranoia and pent-up desires. Filmed in cool blues and steely grays, Niccol captures a sterile and stifling view of the future: this isn’t the future of Blade Runner or The Fifth Element. It’s a future of cold surfaces, immaculately-maintained office buildings, and stark apartments. The world of Gattaca definitely isn’t chaotic. To the contrary, it’s a world strictly controlled and monitored every hour of the day.

Get the Flash Player to see the wordTube Media Player.
Ethan Hawke stars as Vincent Freeman, a young man who dreams of the stars; however, only the people who are genetically perfect are considered for space missions. Vincent makes a living as part of a cleaning crew, but he isn’t satisfied with his life. So he contacts a black market business man who deals in human lives. By changing his identity, Vincent can attempt to realize his quest for the stars. But maintaining that identity in Gattaca isn’t easy. Random urine and blood tests routinely ferret out the impostors. They can identify you from your saliva residue on a sealed letter or from a single skin cell left behind when you touch a doorknob: the world of Gattaca has ‘discrimination down to a science.’ To protect his identify, Vincent must vacuum his workspace and leave behind hair and skin scrapings from the person he is impersonating (which he sprinkles from a small vial). He must wear a false bladder for the urine tests and false fingertips for the fingerprint analyzer.Ironically, in a world where everyone believes in the infallibility of the machines to determine our identities, no one really pays close attention to faces. In fact, Vincent doesn’t particularly look like the man he is impersonating, but no one seems to care. As long as the tests indicate that he’s genetically perfect, his face isn’t important. ‘They won’t believe one of their elite could have fooled them.’

My rating:

West

Filed Under (Nederlands, Vermaak) by Chris Pescott on 14-04-2007

Get the Flash Player to see the wordTube Media Player.
Hierboven een sterk staaltje filmwerk van Sergio Leone, meester van de Spaghetti Westerns. Deze film krijgt een hoge notering in mijn film top 5000.Mijn beoordeling:

Durf

Filed Under (Nederlands, Nieuws, Zorg) by Chris Pescott on 14-04-2007

‘Durft u nog wel het ziekenhuis in?’

In Nederlandse ziekenhuizen overlijden jaarlijks 1.735 patiënten door medische fouten. Dat is 4,1 procent van alle patiënten die in ziekenhuizen overlijden. Ook lopen 30.000 patiënten er vermijdbare schade op, blijkt uit onderzoek naar medische ongevallen in ziekenhuizen.

NRC Handelsblad vraagt u op deze site of u nog wel het ziekenhuis in durft.

Vraag aan een kind of hij naar de tandarts durft. Niet gehinderd door enige kennis van zaken, onder invloed van negatieve ervaringen van anderen, bewerkt door plaatjes, boekjes en stripverhalen, beangstigd door geluiden die hij in de wachtkamer hoort zal het kind het vermoedelijk niet aandurven ‘naar de tandarts te gaan’. Maar is dit reëel?
Met een opsomming van N=1 ervaringen in de reacties alhier lijkt het kind in ons allen weer opgestaan. ‘Nee, natuurlijk durf ik niet naar het ziekenhuis, want dit en dat en zus en zo…’.

En wat is uiteindelijk het gevolg van niet durven? Niet gaan? Vaak niet. De keuze is nauwelijks rationeel te noemen. De situatie is anders dan in een pretpark. Als je niet in de achtbaan durft is er niets aan de hand. Je wordt uitgelachen door vrienden, aangespoord door vreemden, maar als je niet durft, hoef je niet. Met gezondheidszorg is het net even anders.

Angst voor het ongewisse typeert ons allemaal. Een goede complicatie van deze hele discussie is dat er een hogere drempel wordt opgeworpen tegen het eisen van niet-noodzakelijke zorg. Daar kunnen, naar het schijnt, ook dingen misgaan. Ook al ben je ‘gezond’. Dat kan de werkdruk, de betrokkenheid van hulpverleners, de complicaties wellicht ten goede komen.

Poortje

Filed Under (Nederlands, Persoonlijk, Reizen) by Chris Pescott on 10-04-2007

Ik ken geen ongeorganiseerder luchthaven dan Newark Liberty International. Na een verplichte N=1 ervaring kan ik zonder enige moeite al vele verbeterpunten bedenken. Assistentie is er één. Het Deense echtpaar achter me dat nog minder van de gang van zaken begreep dan ik vroeg me of ik niet voor Continental wilde gaan werken, dan werd het een vriendelijke airline. Voor diegenen die mij persoonlijk kennen: zo slecht is het dus gesteld op Newark. De overbekende Disney-eske zigzagrij bewoog maar traag bij de incheckbalie. Gelukkig stond ik ver vooraan. In het Spaans werd ik gesommeerd naar ’171′ te gaan, een automated check-in balie waarchter zich niemand bevond. Dat ik er Spaans of Spaanstalig uitzie heb ik nooit eerder bevestigd gekregen, maar toch. Ik haalde mijn paspoort door de scanner, beantwoordde een reeks vragen en sloot de sessie af door mijn versgeprinte boarding-pass uit de machine te trekken. Het apparaat bedankte me en sprong terug naar het beginscherm. Vragen over mijn bagage had ik eveneens beantwoord, maar wat ik daadwerkelijk met de blauwe Samsonite aan moest werd niet duidelijk. Waren hier ook maar verborgen werklozen zoals in heel New York.

Eerder was ik langs een bag drop-off point gelopen waar de lichtkrant in rood het hebben van een instapkaart had geëist. Mijn gang daarnaartie achtte ik vanzelfsprekend. De 65+-medewerkster die men daar van werk had voorzien begon een verhaal af te steken over het feit dat achter ’171′ nu mijn luggage-tag lag. Ik had geen idee. ‘The systems are backed up and your bag should be picked up there.’ De twee zinsdelen hielden niet echt verband met elkaar, noch kon ik het belang voor mij ontwaren. ‘I’m sorry’, zei ik, en deed net of ik niet al meer dan 200 keer had gevlogen. De 65+-er drentelde wat heen en weer achter meerdere balies en verzamelde een kleine stapel tags. De goede ging om mijn koffer. Toch mooi, ik had tenminste niet twee keer voor niets in de rij gestaan. Er zou er nog een volgen.

‘Mr. Prescott?’ vroeg een zwarte Amerikaan die het laatste detectiepoortje voor airside bewaakte. Al jaren verzet ik me hard tegen een onjuiste uitspraak of spelling van mijn achternaam. Ik vind het nogal slordig aan te nemen dat mijn achternaam een ‘r’ bevat en kan het nooit laten er een excuus voor te vangen. ‘Yeah…’ antwoorde ik de Afro-American omdat ik er weinig voor voelde door mijn principes problemen te krijgen, ‘thats me!’. So much voor principes dus. Kleine wereld…

‘Mr. Prescott, you and I have the same first name.’ ging hij verder, terwijl hij met een stift bevattende onzichtbare inkt iets op mijn boarding pass kladderde. Ik kon nog net zien hoe het security number werd omcirkeld. Hij keek me strak aan toen hij dit zei en ik bedacht dat dit wellicht zijn manier van vriendelijkheid was naar mensen die ook Chris heten. Misschien verveelde hij zich gewoon.

‘It’s a small world,’ antwoordde ik hem, met één wenkbrauw opgetrokken. Staand op mijn sokken tussen het beschadigde poortje was ik benieuwd of hij erop zou reageren. Feit is wel dat dit entre-nous een file veroorzaakte achter me. Het personeel achter de Röntgenscanners spuugde gestaag nieuwe reizigers richting het detectiepoortje. Het deed me denken aan Mintzberg en de industriële revolutie. ‘Next!’ schreeuwde hij, terwijl hij me nog steeds strak aankeek als zou er een duel volgen. Op mijn sokken schuifelde ik langs hem. Een lachje kon er van zijn kant op het laatst gelukkig nog wel vanaf.

Procedure

Filed Under (Nederlands, Persoonlijk, Reizen) by Chris Pescott on 07-04-2007

‘Die Amerikanen zijn zeldzaam procedureel!’ hoorde ik een vader van twee kleine meisjes achter me zeggen terwijl ik op John F. Kenndy stond te wachten om naar een immigratiebalie te worden gedirigeerd. Even daarvoor waren drie Slovaken, die op de rij voor me in de Boeing 747-400 van KLM hard hadden gepraat, door een kortgeknipte, geuniformeerde, kauwgomkauwende overheidsdienaar gesommeerd hun paspoorten en immigration / customs papieren te tonen. Ze begrepen zijn vragen niet, wat ertoe leidde dat ook hij harder begon te praten. Ik betwijfel of dit de boel verduidelijkte. De ‘officer’ die langs de rij wachtenden patrouilleerde, een rij die zich zigzaggend uit honderden reizigers had opgetrokken als betrof het een Disney-attractie, had geen formele macht. Hij mocht in de paspoorten kijken, maar kan aan de hand daarvan geen beslissingen nemen, schat ik zo in. Ik zie zijn aanwezigheid als een statement, een manier om aan de mensenmassa te laten merken dat hier andere wetten en regels golden. Er kon geen lachje vanaf.

Zeldzaam procedureel… Nadat de Slovaken hun paspoorten hadden teruggekregen keek de boze ambtenaar mijn kant op. Mijn paspoort zit in een donkerblauw Flying Dutchman foedraal, hetgeen de herkomst van het identiteitsdocument verborg. Ik verwacht dat het de overeenkomst in postuur en haarkleur was waardoor hij mij voorbij dreigde te lopen. Ik kon het niet laten hem mijn paspoort met aanvullende documentatie aan te bieden. Hij wilde het eerst niet aannemen, maar deed het toch. Ik werd goedgekeurd voor verblijf in de rij. Voor toegang tot het land was het nog te vroeg.

De vader van de meisjes ging verder: ‘Als jij het nu ineens heel hard op een huilen zet, en met oorverdovend lawaai om je moeder gaat schreeuwen, zegt dat je heimwee hebt, misschien mogen we er dan als eerste door.’ zei hij tegen de jongste. ‘Kun je dat? Met pijnigend gekrijs ons erdoor loodsen?’ Ze had een teddybeer in haar hand en in de andere een Barbie. Ze trapte er niet in. Met haar hele lichaam schudde ze ‘Nee’. Het begrip van de procedures was er blijkbaar al vroeg ingeramd.

Hoewel ik niets te verbergen heb word ik toch altijd een beetje zenuwachtig als ik voor zo’n Amerikaan met een onuitsprekelijke Italiaanse naam aan de balie sta. Zelfs als die massale mens een vrouw is. ‘Okay, left, then right, then look over here.’ Eerst wordt mijn linkerwijsvingerafdruk gescand. ‘Press harder!’ Ik volg de instructie. Dan rechts. Vervolgens moet ik in de webcam kijken. De vraag of ik kom voor ‘business’ of ‘pleasure’ is me bespaard gebleven. De procedures zijn dus niet zó rigide. Een meevaller. ‘Welcome to New York’ leest een brede plastieken banier. Ik ben binnen.

Beweging

Filed Under (Nederlands) by Chris Pescott on 04-04-2007

De medische wereld is behoorlijk in beweging. Niet alleen zijn zaken als vergrijzing, de vergoeding van je rollator, de Zorgverzekeringswet, het gebruik van Lipitor en het uurtarief voor medisch specialisten aan de Orde, uh, de orde van de dag, ook op bestuurlijk gebied staat de wereld bepaald niet stil. Behalve dat diverse medische gremia zich dagelijks rond de klok (ook daar worden de arbeidstijde dus overschreden…) buigen over beslissingen of een nieuw specialisme (bijvoorbeeld de SEH-arts) wel of niet zou moeten worden geregistreerd, ook in andere echelons binnen de wet BIG wordt druk vergaderd over erkenning, positionering, en vergoeding (bijvoorbeeld van de nurse practitioner en physician assistant als verwerkelijking van de door Hoogervorst geconcipieerde HBO-dokter).

Er is dus genoeg te bediscussiëren, vinden, toejuichen en afwijzen voor een aanstaande vergadertijger als ikzelf. Ik kan mijn lol niet op. Meerdere avonden per week druk bezig met de zaak, in Utrecht, Almere, Amsterdam of anderszins. Ik reis de hele Randstad af om nieuws te horen, nieuws te vertellen en nieuws voor mezelf te houden. Niet dat ik iets geheim mag houden natuurlijk, openheid troef. Stel je toch eens voor dat ik iets zou weten wat iemand anders graag zou horen, ik word dan direct prooi van het onwetenden-offensief. Onder de pet houden, in de doofpot stoppen, onderling dekken, de hand boven het hoofd houden en zakkenvullen zijn werkwoorden die me in de komende tijd wel goed zullen gaan liggen. Ik ben immers hard in training. Dus ook in beweging, zeg maar. Beweging is goed voor de burger, impliceert de regering in het akkoord tussen CDA, PvdA en CU. Alles moet dus in beweging. Het lijkt mij goed als ik ook eens een andere kant op beweeg. Eens kijken of dat werkt.

Ik begin het al aardig te leren. ‘Mijns inziens is de zorg gewoon het beste af als u (als buitenstaander) niet weet waar u aan toe bent. Niet voor niets is er een vooraf bedachte informatie asymmetrie. U als gemiddelde zorggebruiker bent namelijk toch niet in staat dergelijke ingewikkelde zaken te begrijpen. Daarvoor zou u eigenlijk ook geneeskunde gestudeerd moeten hebben. De meeste leugentjes worden inderdaad verteld om bestwil. Om u als fragiele individuele patiënt of nabestaande niet verder te beschadigen dan ziekte of overlijden al heeft gedaan, zou u beschermd moeten worden tegen de zwaarte van medische informatie uit een grote map, die wij status noemen. U krijgt wel inzage natuurlijk, maar alleen als u een intelligentieniveau haalt wat voldoende is. Het resultaat van de test wordt door een arts beoordeeld. Bonnie St. C. mag bijvoorbeeld niets inzien. Mocht u toch slagen, dan kunt u zich alleen verzetten tegen ons handelen indien er sprake is van grove nalatigheid. Maar daarvan kan natuurlijk geen sprake zijn, dat begrijpt u. Dat dan weer wel. Op onterechte veronderstelling van nalatigheid wordt automatisch een civiele procedure gestart. Om u te beschermen tegen onverhoedse misstappen. Dat maakt het veilig. Vertrouw ons nou maar, wij hebben het beste met u voor. U vindt dat in de zorg wordt teveel geld wordt uitgegeven? Dure behandelingen, tja, ik kan wel beginnen uit te leggen waarom het allemaal duur lijkt, maar dat zou u toch niet snappen, het heeft met zoveel dingen te maken. Wat wij voorstellen, is het beste. Ook al kost het geld. Kijk maar eens naar Amerika, daar is de zorg pas duur. Voor elk gaasje moet je betalen. Nee, hier is het allemaal zo erg nog niet. De zorg is hier ronduit goed.’ Ook leuk.

Complicatie

Filed Under (Nederlands, Zorg) by Chris Pescott on 02-04-2007

‘Klink (Minister van VWS) wil de positie van de patiënt in de huidige Zorgverzekeringswet verbeteren. Hij wil dat er op kwaliteit wordt geconcurreerd en niet alleen op prijs’, zo is te lezen in NRC Handelsblad afgelopen zaterdag, 31 maart. Hij denkt dat openbaarmaking er toe zal leiden dat de zorg goedkoper wordt, omdat er dan minder medische fouten zullen worden gemaakt. ‘Als je geen complicaties hebt, hoef je geen dure extra behandelingen te doen of revalidatie’, aldus Klink.

Een uitgebreid scala aan wetten dient ter bescherming van de patiënt en als drempel voor het niveau van zorg die wordt geleverd. Hieronder vallen de WGBO, KZi en Wet BIG. De Wet BIG beoogt de kwaliteit van de beroepsuitoefening in de individuele gezondheidszorg te bevorderen, te bewaken en de patiënt te beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen. De Wet eist ten aanzien van de kwaliteit van de zorgverlener ‘dat een en ander leidt of redelijkerwijze moet leiden tot verantwoorde zorg’. Getuige de neiging naar een nieuwe Consumentenrechtenwet is dit blijkbaar onvoldoende borging.

Kwaliteit lijkt nu ten dienste te staan van de economie. Want een betere kwaliteit leidt tot lagere zorgkosten in de logica van Klink. Maar is dit werkelijk zo? Ten onrechte wordt gesteld dat complicaties duurder zijn dan een verbetering van kwaliteit. Dat verhoging van kwaliteit kosten verlaagt is in geen enkele sector ooit aangetoond. Neem als voorbeeld de luchtvaartsector. Met name de afgelopen jaren is veel gedaan om de kwaliteit te verbeteren. Meer veiligheid, snellere bagage-afhandeling, beter comfort. Zijn de tarieven als gevolg daarvan gedaald? Nee. Blinken de low-cost carriers uit in kwaliteit? Ook niet echt. Misschien is er een verband tussen prijs en kwaliteit. En hoewel deze niet lineair is, is het verband wel positief. Meer kwaliteit zal nooit goedkoper worden. Wat had men zich eigenlijk voorgesteld bij marktwerking?

Er lijkt hier overigens sprake te zijn van een dubbele moraal. Daar waar zorgverzekeraars wordt verweten op prijs te concurreren hanteert Klink het beginsel van ‘goedkopere zorg’. Wat is nu de werkelijke reden van de aanstaande brief aan de Tweede kamer? De kwaliteit met daarin verankerde consumentenrechten? Of toch stiekum de centjes?

Talpa

Filed Under (Column, Nederlands, Nieuws, Vermaak) by Chris Pescott on 27-03-2007

‘Na anderhalf jaar dreigt het doek te vallen voor het ambitieuze televisieproject van John de Mol, Tien (voorheen Talpa).’ aldus NRC Handelsblad op 19 maart. ‘t Is spijtig. Of toch niet?

Ik heb nog nooit een programma van Talpa/Tien bekeken, er was simpelweg nooit aanleiding. Waarom? Van de aangekondigde programmering word ik niet enthousiast. Los van het feit dat een zender met iets bijzonders zal moeten komen om mij naar de televisie te trekken, spreekt het hele concept mij niet aan. Dezelfde altijd en eeuwig aanwezige bekende Nederlanders uit het B-segment geloof ik nou wel. Zodra ik ergens begin te vermoeden dat Talpa/Tien zich gaat richten op de IQ 100+ bevolking zal ik beoordelen of ik de zender neerzet op een plek die met gemak via de afstandsbediening is te bereiken.

Soaps boeien mij niet. Bekende Nederlanders boeien mij niet. Veel reclame boeit mij niet. Stupide quizjes boeien mij niet. Onzinnig gepraat over futiele onderwerpen boeit mij niet. Er zijn natuurlijk zaken die mij wel boeien, maar daar doet Talpa/Tien niets mee. Dat moet John zelf weten. Op mij rust echter niet de verantwoordelijkheid adverteerders tevreden te houden. Voor Talpa/Tien ben ik bang dat er meer mensen bestaan zoals ik. In het voordeel van Talpa/Tien is dan dat deze mensen vaak nog wel enig geduld op kunnen brengen voor de (inter)nationale voetbalcompetitie.

Talpa / Tien Of de dreigende ondergang van Talpa/Tien te wijten is aan het eigen winstbejag, de matige uitstraling van het programma, of een media-oorlog geïnitieerd door andere commerciële zenders durf ik niet te zeggen. Van één ding mag John de Talpa zich wel wat aantrekken. Je mag je kop best wel boven het maaiveld uitsteken in Nederland. Je moet er alleen voor zorgen dat je met kwaliteit strooit, niet met geld, reclame of een zogenaamde keur aan coryfeën.

Informatie

Filed Under (Column, Nederlands) by Chris Pescott on 26-03-2007

De 21e eeuw is de eeuw van de informatie. Het Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal definieert informatie op verschillende wijzen. Als eerste wordt genoemd:

in•for•ma•tie (de ~ (v.))

  • 1 kennis die iem. bereikt
  • 2 verstrekking van kennis of inzicht

Kennis geldt als een belangrijk aspect binnen de definitie van ‘informatie’. ‘Kennis is macht’, luidt een welbekend spreekwoord. Informatie is dus macht. Het is derhalve niet verwonderlijk dat niet alleen het bedrijfsleven een slaatje probeert te slaan uit deze simpele analogie. En deze analogie wordt niet alleen als core-business gehanteerd binnen de ICT-wereld. Nee, vele sectoren doen hun voordeel met deze nieuw te verwerven rijkdom. Informatie leidt niet alleen een middel geworden, als de analogie van het spreekwoord klopt kan informatie op zich een doel zijn. Hoe meer, hoe beter, wanneer men uitgaat van nutsmaximalisatie. Koppel dit aan het feit dat de gemiddelde individu zijn eigen nut boven dat van een ander stelt, of dat andermans nut ten dienste staat aan het eigen nut, dan kan eenvoudigweg beredeneerd worden waarom men informatie zou willen opnemen.

Niet alleen het gegeven ‘informatie’ is in deze redenering belangrijk. Want informatie moet natuurlijk wel meerwaarde hebben. En of deze meerwaarde dan bestaat uit het feit dat gegevens niet openbaar zijn (zoals bijvoorbeeld de vraag wie Jan Smit nu weer aan de ontbijttafel dekt), of dat de meerwaarde bestaat uit geheime data (zoals plannen van de Amerikaanse regering omtrent een verrassingsvertrek uit ‘Iwreck’…), dat lijkt niet veel uit te maken. We willen het allemaal weten. Al is het alleen maar omdat het macht geeft. Het fenomeen dat de relatieve waarde van deze macht natuurlijk afneemt zodra deze niet meer exclusief is lijkt ons op individueel niveau niet te storen. Zo is de macht van een bankbiljet natuurlijk laag wanneer blijkt dat je er met behulp van een autistisch kind thuis miljoenen feilloos van zou kunnen reproduceren en iedereen zou dit doen. Een enkel individu kan echter wel macht ontlenen aan deze informatie (en toegegeven, ook aan het product ervan). Wanneer de Privé zou melden dat Bonnie St. C. (respect voor de privacy staat bij mij hoog in het vaandel!) ook wel eens wijn drinkt, wordt dat niet direct geassocieerd met macht. De bizarre situatie doet zich voor dat nieuwe informatie dus een hogere marktwaarde kent dan oude. ‘Exclusieve informatie’ is dus machtig, evenals ‘nieuwe’. Van bekende informatie wordt bijna niemand opgewonden, en zal als entiteit weinig brood op de plank brengen. Ik zeg niet ‘geen’, want dat zou betekenen dat historici geen werk hadden. Jammer dat de historicus Hans H. (dat item van respect ga ik nog een keer opvoeren) zich dit niet heeft gerealiseerd voordat hij gevraagd werd als minister van VWS. De marktwaarde van zijn kennis zou wel eens veel groter hebben kunnen zijn dan de marktwaarde van zijn gebrek aan kennis over de hedendaagse zorg. Maar laat ik niet teveel afdwalen.

Waar vormt het gegeven over informatie nu een probleem? Het probleem lijkt voor de individu te zitten in het verliezen van de exclusiviteit. Waar informatie kan worden verkocht, kan een economische doelstelling wel worden behaald, marktwerking doet hierin zijn werk. Wanneer informatie nooit zou worden gedeeld, is de waarde echter ook nul. De waarde van de informatie over het geslacht van een ongeborene, bijvoorbeeld, is in nutstermen nul wanneer deze niet wordt gedeeld. En deze blijft nul wanneer de informatie oud is, en dat is deze al direct na de geboorte, want binnen enkele dagen staat het in de registers.

Als inderdaad het behouden van exclusiviteit een nutmaximerend doel in zich heeft, waarom wordt er dan zo onvoorzichtig mee omgesprongen. Laat ik een aantal voorbeelden noemen. Enkele jaren geleden verloor een medewerker van het ministerie van Defensie een USB-stick met gevoelige informatie over de missie naar Uruzgan. Doodzonde natuurlijk. Het kwijtraken van een USB-stick met informatie die, wanneer verkeerd gebruikt, mensenlevens kan kosten is ronduit verwerpelijk. Maar de gedachtegang van de vinders was al helemaal betreurenswaardig. Terwijl deze informatie op de zwarte marktplaats wellicht tienduizenden Euro’s had kunnen opbrengen liepen deze twee tieners naar de pers. Brave dieven in de eigen portemonnee.

Bij sommige zorginstellingen wordt inmiddels gebruik gemaakt van elektronisch patiëntendossiers (EPD’s). Met medische informatie zou men, behalve vanuit juridisch oogpunt, ook op economische gronden voorzichtig moeten omgaan. Beveiliging van gegevens, opslag volgens de wettelijke bewaarplicht kan geld besparen. Behalve het feit dat men niet zelden vanuit een behandelkamer met slechts enkele aaitjes over de QWERTY de volledige gezondheidsstatus van een willekeurige andere patiënt uit de zorginstelling of regio kan opvragen moet koste wat kost worden bestreden. De Eed van Hippocrates ruziet met de Wet Bescherming Persoonsgegevens om de grootste belangen hierin. Het is onzinnig om papier diep in een archief te verbergen wanneer de bits en de bytes zich letterlijk voor je netvliezen tot zinnige informatie aggregeren. Soms kun je met een beetje extra informatie die je in een gemiddels boulevardblad kunt opdoen zelfs vergewissen van de aanwezigheid van (zeer) bekende Nederlanders en Nederlanders met extra nationaliteiten binnen diezelfde zorginstelling. Je kunt dan gewoon onbewaakt gratis informatie-shoppen. Men zou verwachten dat dat toch onmogelijk zou worden gemaakt. Er bestaat een analogie over een kat en wat spek.

‘De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) ziet toe op eerlijke concurrentie in Nederland.

Zij bestrijdt partijen die kartels vormen en daarbij bijvoorbeeld prijsafspraken maken én partijen die misbruik maken van een economische machtspositie. De NMa houdt toezicht op alle sectoren.’ Ipse dixit. Aanmerkelijke marktmacht als operationalisatie van een economische ‘pole position’ is helaas maar een betrekkelijk begrip. De werkelijke marktmacht van informatie laat zich helaas maar lastig meten. De Herfindahl-Hirschman index bijvoorbeeld, is een zuiver economisch hulpmiddel en kent derhalve aanmerkelijke beperkingen.

Wat is er nu bekend over de machten van vroeger? In de Middeleeuwen was je machtig als je veel land had. Je kon je land verpachten aan een vazal (Achmea kennisquiz, d.d. 11 maart 2007) en vervolgens je macht verder uitbreiden. Macht kon ook worden vergroot door erom te vechten. Tijdens de industriële revolutie kenmerkte macht zich meer door het hebben van veel kapitaal. Hiermee konden grote fabrieken worden gebouwd, en kon veel personeel onder suboptimale omstandigheden de pot spekken voor de eigenaar. Meer inkomsten leidde tot de overname van andere fabrieken en verdere uitbreiding van het eigen vermogen. Macht zat in kapitaal. Macht hedentendage zit in kennis, in informatie. Het belang van de kenniseconomie wordt door de regering via de media naar de burger getrechterd. Kennis is macht. En zoals ik dit betoog begon, informatie is macht. Op alle fronten. En op alle fronten houdt de NMa hierop geen toezicht. Een onopvallende manier om macht te vergroten is door informatie te bemachtigen. Van achter het computerscherm. Of door jezelf gewoon op een SEH waar een EPD is te laten inschrijven voor behandeling. Ziek zijn wordt lucratief! Behalve dat een periode van ziekte thuis de mogelijkheid biedt tot het vergaren van informatie van achter het scherm, biedt menig instelling uitgebreide informatievergaringsinstrumenten op de werkvloer. Stil zitten absorberen achter een TFT-scherm genereert nieuwe onontdekte rijkdommen. Hoezo, bewegingsarmoede brengt kosten met zich mee? We worden er hartstikke stinkend rijk van. Allemaal.

tag cloud