Poortje

Filed Under (Nederlands, Persoonlijk, Reizen) by Chris Pescott on 10-04-2007

Ik ken geen ongeorganiseerder luchthaven dan Newark Liberty International. Na een verplichte N=1 ervaring kan ik zonder enige moeite al vele verbeterpunten bedenken. Assistentie is er één. Het Deense echtpaar achter me dat nog minder van de gang van zaken begreep dan ik vroeg me of ik niet voor Continental wilde gaan werken, dan werd het een vriendelijke airline. Voor diegenen die mij persoonlijk kennen: zo slecht is het dus gesteld op Newark. De overbekende Disney-eske zigzagrij bewoog maar traag bij de incheckbalie. Gelukkig stond ik ver vooraan. In het Spaans werd ik gesommeerd naar ’171′ te gaan, een automated check-in balie waarchter zich niemand bevond. Dat ik er Spaans of Spaanstalig uitzie heb ik nooit eerder bevestigd gekregen, maar toch. Ik haalde mijn paspoort door de scanner, beantwoordde een reeks vragen en sloot de sessie af door mijn versgeprinte boarding-pass uit de machine te trekken. Het apparaat bedankte me en sprong terug naar het beginscherm. Vragen over mijn bagage had ik eveneens beantwoord, maar wat ik daadwerkelijk met de blauwe Samsonite aan moest werd niet duidelijk. Waren hier ook maar verborgen werklozen zoals in heel New York.

Eerder was ik langs een bag drop-off point gelopen waar de lichtkrant in rood het hebben van een instapkaart had geëist. Mijn gang daarnaartie achtte ik vanzelfsprekend. De 65+-medewerkster die men daar van werk had voorzien begon een verhaal af te steken over het feit dat achter ’171′ nu mijn luggage-tag lag. Ik had geen idee. ‘The systems are backed up and your bag should be picked up there.’ De twee zinsdelen hielden niet echt verband met elkaar, noch kon ik het belang voor mij ontwaren. ‘I’m sorry’, zei ik, en deed net of ik niet al meer dan 200 keer had gevlogen. De 65+-er drentelde wat heen en weer achter meerdere balies en verzamelde een kleine stapel tags. De goede ging om mijn koffer. Toch mooi, ik had tenminste niet twee keer voor niets in de rij gestaan. Er zou er nog een volgen.

‘Mr. Prescott?’ vroeg een zwarte Amerikaan die het laatste detectiepoortje voor airside bewaakte. Al jaren verzet ik me hard tegen een onjuiste uitspraak of spelling van mijn achternaam. Ik vind het nogal slordig aan te nemen dat mijn achternaam een ‘r’ bevat en kan het nooit laten er een excuus voor te vangen. ‘Yeah…’ antwoorde ik de Afro-American omdat ik er weinig voor voelde door mijn principes problemen te krijgen, ‘thats me!’. So much voor principes dus. Kleine wereld…

‘Mr. Prescott, you and I have the same first name.’ ging hij verder, terwijl hij met een stift bevattende onzichtbare inkt iets op mijn boarding pass kladderde. Ik kon nog net zien hoe het security number werd omcirkeld. Hij keek me strak aan toen hij dit zei en ik bedacht dat dit wellicht zijn manier van vriendelijkheid was naar mensen die ook Chris heten. Misschien verveelde hij zich gewoon.

‘It’s a small world,’ antwoordde ik hem, met één wenkbrauw opgetrokken. Staand op mijn sokken tussen het beschadigde poortje was ik benieuwd of hij erop zou reageren. Feit is wel dat dit entre-nous een file veroorzaakte achter me. Het personeel achter de Röntgenscanners spuugde gestaag nieuwe reizigers richting het detectiepoortje. Het deed me denken aan Mintzberg en de industriële revolutie. ‘Next!’ schreeuwde hij, terwijl hij me nog steeds strak aankeek als zou er een duel volgen. Op mijn sokken schuifelde ik langs hem. Een lachje kon er van zijn kant op het laatst gelukkig nog wel vanaf.

Procedure

Filed Under (Nederlands, Persoonlijk, Reizen) by Chris Pescott on 07-04-2007

‘Die Amerikanen zijn zeldzaam procedureel!’ hoorde ik een vader van twee kleine meisjes achter me zeggen terwijl ik op John F. Kenndy stond te wachten om naar een immigratiebalie te worden gedirigeerd. Even daarvoor waren drie Slovaken, die op de rij voor me in de Boeing 747-400 van KLM hard hadden gepraat, door een kortgeknipte, geuniformeerde, kauwgomkauwende overheidsdienaar gesommeerd hun paspoorten en immigration / customs papieren te tonen. Ze begrepen zijn vragen niet, wat ertoe leidde dat ook hij harder begon te praten. Ik betwijfel of dit de boel verduidelijkte. De ‘officer’ die langs de rij wachtenden patrouilleerde, een rij die zich zigzaggend uit honderden reizigers had opgetrokken als betrof het een Disney-attractie, had geen formele macht. Hij mocht in de paspoorten kijken, maar kan aan de hand daarvan geen beslissingen nemen, schat ik zo in. Ik zie zijn aanwezigheid als een statement, een manier om aan de mensenmassa te laten merken dat hier andere wetten en regels golden. Er kon geen lachje vanaf.

Zeldzaam procedureel… Nadat de Slovaken hun paspoorten hadden teruggekregen keek de boze ambtenaar mijn kant op. Mijn paspoort zit in een donkerblauw Flying Dutchman foedraal, hetgeen de herkomst van het identiteitsdocument verborg. Ik verwacht dat het de overeenkomst in postuur en haarkleur was waardoor hij mij voorbij dreigde te lopen. Ik kon het niet laten hem mijn paspoort met aanvullende documentatie aan te bieden. Hij wilde het eerst niet aannemen, maar deed het toch. Ik werd goedgekeurd voor verblijf in de rij. Voor toegang tot het land was het nog te vroeg.

De vader van de meisjes ging verder: ‘Als jij het nu ineens heel hard op een huilen zet, en met oorverdovend lawaai om je moeder gaat schreeuwen, zegt dat je heimwee hebt, misschien mogen we er dan als eerste door.’ zei hij tegen de jongste. ‘Kun je dat? Met pijnigend gekrijs ons erdoor loodsen?’ Ze had een teddybeer in haar hand en in de andere een Barbie. Ze trapte er niet in. Met haar hele lichaam schudde ze ‘Nee’. Het begrip van de procedures was er blijkbaar al vroeg ingeramd.

Hoewel ik niets te verbergen heb word ik toch altijd een beetje zenuwachtig als ik voor zo’n Amerikaan met een onuitsprekelijke Italiaanse naam aan de balie sta. Zelfs als die massale mens een vrouw is. ‘Okay, left, then right, then look over here.’ Eerst wordt mijn linkerwijsvingerafdruk gescand. ‘Press harder!’ Ik volg de instructie. Dan rechts. Vervolgens moet ik in de webcam kijken. De vraag of ik kom voor ‘business’ of ‘pleasure’ is me bespaard gebleven. De procedures zijn dus niet zó rigide. Een meevaller. ‘Welcome to New York’ leest een brede plastieken banier. Ik ben binnen.

Geslacht

Filed Under (Nederlands, Persoonlijk) by Chris Pescott on 15-03-2007

Niet altijd begrijp ik dat. Sterker nog, meestal begrijp ik het niet. Je weet het zelf, voor jou is het dus belangrijk, maar voor de buitenwereld moet het dan geheim blijven. Maar voor wie is het nou ECHT belangrijk en spannend? Toch niet voor de buitenwereld? Waarom dan de kennis juist voor die buitenwereld geheim houden? Dat snap ik niet. Alsof je de tegenpartij ertoe zou willen verleiden te blijven vragen om het verlossende antwoord te geven… Alsof jouw kennis dusdanig belangrijk is dat iedereen anders het zou MOETEN WILLEN weten, maar dat niet mag. Dat de eigenaar van de waarheid de macht over de kennis bij zichzelf wil laten en anderen ernaar moet laten gissen. Ronduit raar. Als je het weet, zeg het dan. Of zeg dat je het niet weet. Dan houd je tenminste alleen jezelf voor de gek.

Jongen? Of meisje? Maar we zeggen het wel! Waar gaat dit nu precies over? HET GESLACHT! Stel, een vrouw is zwanger. Bij de 20-weken echo wil het stel dolgraag weten of het een roze wordt of een blauw. En stel nu dat de verloskundige, gynaecoloog of echografist het goed kan zien. Een iets tussen de beentjes of een niets. Stel nou. En dus wordt met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid het geslacht dus duidelijk. Er wordt gezegd, het is een zij. Of een hij. Maar het wordt gezegd. Het geslacht was al bepaald en is nu gezien. Er is duidelijkheid. Er is een zekere mate van zekerheid.

Vervolgens ben je bij het stel op, stel, visite. En de zwangerschap komt ter sprake. Hoe kan het ook anders, het wordt een niet-omzeilbaar onderwerp. Een sine qua non. Alsof iemand, om maar even een dwarsstraat te noemen, een arm zou verliezen, en het onderwerp zou niet ter sprake worden gebracht. Het is er, het MOET simpelweg worden besproken, dat is een sociale grondregel. Ze is zwanger, dus ze praat erover. Hij wordt vader, hij zegt stoer dat hij in één keer heeft ‘raakgeschoten’, of hij vertelt dat het een gegeven van God is. Of van Allah. Of van een andere diviene instantie. Maar het is er. Het wordt dus besproken. En andersom geldt natuurlijk ook: als je het weet dan vraag je ernaar. Dat is een ongeschreven regel. Anders ben je een hork. Stel je toch eens voor…

En nu schenkt de aanstaande moeder des huizes opnieuw een kopje koffie in, terwijl ze naast het blik koekjes de echo print neerlegt. ‘Kijk,’ zegt vaders vol trots, ‘dit is HET nou! Daar kun je een beentje zien, en daar het levertje en daar het hoofdje’. Aan lichaamsdelen en organen in de verkleinende vorm heb ik een hekel. Er is een hart en er zijn ventrikels. Geen ‘hartjes met ventrikeltjes met een bloedstroompje tot in het aorta-tje en de rest van het popperige lichaampje’. Zo’n houding vind ik getuigen van een verminderde realiteitszin en verregaande infantiliteit. Maar dat terzijde.

‘Oooohhh’, zeg je als gast bij het stel, ‘wat leeeeeuuuuukkkkk! Hebben jullie al spulletjes uitgezocht? En een kamertje uitgezocht voor de kleine? En weten jullie al wat het wordt?’ Ik neem een slokje van mijn tweede slappe Senseo-light, want moeders moet uitkijken. Cafeïnevrije producten in huis. Tsja, een gegeven paard…

En dan komt het: ‘Jaaaaa, we weten het al, we konden het heeeel goed zien!’ Okee, we wachten… ‘Ja, en de verloskundige wist het zeker!’ ‘Nou vooruit met de geit…’ denk ik met achteruitrollende oogbollen terwijl ik met verkrampte kaken de matige drek wegslik. ‘Maar we zeggen het niet!’ klinkt het in koor. Hennie Huisman zou er trots op zijn, en een gemiddelde club voetbalsupporters mag een puntje zuigen aan de synchroniciteit van het uitgesprokene. ‘Nee, we houden het nog even geheim.’ Ik denk aan Gonny van Oudenallen die haar vertrek uit de Tweede Kamer toelicht onderaan de roltrap. Haar opmerking was evenzeer misplaatst. Alsof het mij wat kan schelen wat deze charlatan gaat doen, nu ze niet meer kon worden herkozen als Kamerlid. Ja, ze had plannen, maar wilde dat nog even voor zich houden. ‘Het is niet interessant, dus zwijg je erover’, denk ik dan. Prima.

Maar het stel heeft zich uitgesproken. Blij met de kennis en in de stellige overtuiging dat het mij wat kan schelen dat ik nog twintig en een halve week moet wachten op de geboortekaart waarin het verlossende nieuws over mij wordt uitgestort. Twintig weken is heel lang maar wachten doe ik niet. Het komt als het komt en ik heb nog meer te doen. Dan zeg je het toch lekker niet, maar verwacht dan niet dat ik opgetogen ben als die gepast gekleurde envelop op de mat ligt. Of dat ik dan zeg dat ik het al had gedacht of dat het precies past bij wat in de sterren is te lezen. Verwacht dat niet. Het is spannend voor jullie, niet voor mij, het is het een of het ander. Babyblauw of babyroze, maar niet iets anders. En ik ben inmiddels alweer verder. Dat is de realiteit.

Ik dwaal af als J.D. in Scrubs. Ik kijk mijn wederhelft aan met een blik die duidelijk maakt dat we maar weer eens moesten opstappen. Tja, dan had je het maar moeten zeggen… Ik vraag niet verder. Hora est.

Zo’n situatie tref je bij ons thuis dus niet. Triple dark power roast en wel met koekjes. Als men het geslacht wil weten dan zeg ik het gewoon. Geen geheimen. De verrassing zit hem in de persoon, namelijk, niet in het geslacht. Het karakter blijft alsnog geheim, de intelligentie, het uiterlijk, de uitstraling, het eigene, het unieke. Dus niet in de RGB- of hexcode van de kleur op de muur. Ook niet in het piemeltje of het spleetje. De verrassing zit overal behalve daar. Dus als je het wilt weten, dan zeg ik het gewoon! En meer is er niet over te vertellen. Nou ja, misschien een paar kleine dingetjes, maar dat is voor later!

Contract

Filed Under (Nederlands, Persoonlijk, Werk, Zorg) by Chris Pescott on 02-03-2007

Vanochtend heb ik mijn tweede arbeidscontract getekend bij het CHDR. Ga naast mijn ambulancewerkzaamheden een dag per week als keuringsarts aan de slag, en eventueel als doseer- of dagarts, leuke terminologie. Da’s dus per vandaag rond. Contract getekend!

Gisteren eerste werkdag in Lelystad, mooie werkplek, een ECHT kantoor met faciliteiten, iets wat in mijn vorige werkomgeving heel ver te zoeken was. En onvindbaar. Mooi is ook dat ik nu in 28 uur bij elkaar kan sprokkelen wat in 38/48 uur arbeid in de patiëntenbureaucratie niet haalbaar is. Ieder gesprek dat ik voer met arts-assistenten verbaast me weer, waarom worden uren niet gewoon betaald, en hoe kan het toch dat de rechten van deze lieve afhankelijken nergens lijken te zijn gewaarborgd? Tijd voor interventie! Maar, daar gaat nog wel wat Baumol, Mintzberg, Schut en Buijsen aan vooraf.

Naast mijn bestuursfunctie bij de NVSHA onlangs ook gesolliciteerd voor een bestuursfunctie bij de LAD, de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband. Nog niet gehoord of ik de functie ook krijg, ben benieuwd.

Samen met mijn programma in Rotterdam (EUR) wordt het een volle week, maar wel erg afwisselend. Heb er zin ‘an!

tag cloud