Cijfers

Filed Under (Column, Nederlands, Persoonlijk, Studie) by Chris Pescott on 04-07-2007

In de tijd dat ik nog geneeskunde studeerde, of nee, in de tijd dat ik ingeschreven was bij de faculteit geneeskunde, was het adagium: ‘Een 6 is voldoende’. En daarmee bedoelde ik natuurlijk een 5,5. Het kwam voor dat ik meerdere pogingen nodig had om die 5,5 te bemachtigen, al dan niet met discussies bij nabesprekingen om maar dat laatste tiende puntje te sprokkelen om mij voor een extra herkansing te vrijwaren. Dat was toen, in de jaren ’90.

Onlangs maakte ik een behoorlijk onevenwichtig tentamen bij het iBMG in Rotterdam. Zorgverzekeringen en Zorgstelsels heet het integratievak, waarin diverse elementen van de verzorgings- en verzekeringsstaat aan bod kwamen. Waarom was het tentamen onevenwichtig?

Ten eerste omdat het nauwelijks een afspiegeling was van de colleges. Geen enkele rechtenvraag kwam er in voor, en dat terwijl toch ongeveer 15% van de colleges hieraan was gewijd. Hier en daar bleek het in de tentamenvragen mogelijk wat juridische zaken aan te slepen, maar dat betekent nog niet dat er sprake is van evenwicht.

De hypnotiserende kracht van cijfers Ten tweede werd met name aan het thema ‘maatschappelijk ondernemen’ juist onevenredig veel aandacht geschonken. Natuurlijk dit is belangrijk, maar naast een essay zou men toch kunnen verwachten dat aan andere belangrijke thema’s wat aandacht zou worden besteed. Het essay blijkt een ‘teaser’ te zijn geweest waaruit de gemiddelde student had moeten afleiden dat hij of zij er nog veel meer over zou worden doorgezaagd. Zo had ik het niet begrepen. Dit laatste temeer daar het essay geen enkele waarde vertegenwoordigt in de herkansing. En zelfs nu was de weging (10% van het eindcijfer) eigenlijk de moeite van de exercitie niet waard. Wel voor het cijfer op zich, niet voor de uitwerking die het maximaal op het eindcijfer kan hebben. Daar komt nog bij dat ik een sterke aversie heb tegen het type vraag: ‘In de colleges en in het laatste hoofdstuk van het proefschrift van dr. zus en zo staat iets wat u hier moet reproduceren [5 punten]‘, waardoor ik zo’n vraag gewoonweg niet WIL beantwoorden. Het getuigt namelijk van een mening, een indivuele perceptie, en om dat nou als gemeengoed te accepteren in een tentamenvraag gaat me echt veel te ver. Zelfs wanneer het gaat om een proefschrift. Het lijkt op rijtjes leren wat ik op de basisschool vaak moest evenals bij Duits in 3 VWO en bij geneeskunde (noteer de 5 meest voorkomende diagnosen van acute buikpijn). Onevenwichtig, ook hier.

Ten derde was het tentamen onevenwichtig in zichzelf. Wat ik daarmee bedoel? Dat het prettig is te ervaren dat je na 5 van de 15 vragen ongeveer op 1/3 deel van de totaal beschikbare tijd uitkomt en ook op ongeveer 1/3 deel van het schrijfwerk. Schrijven op zich is geen probleem, maar halverwege had ik er eigenlijk weinig zin meer in. Een gevoel bekroop me, zo van: ‘Ik weet het antwoord wel, maar ik heb gewoon geen enkele motivatie om het op te schrijven.’ De lol van het beantwoorden was bij dit tentamen erg ver te zoeken. Intern dus een gebrek aan evenwicht.

Mijn eindcijfer? Natuurlijk een 5,5! Tevreden en blij? Nee natuurlijk niet, want het zorgt voor een dramatische onevenwichtigheid op mijn cijferlijst waar tot vandaag alleen maar 7′s en hoger prijkten. Gecombineerd met het essay levert het een magere 6 op. Het geneeskunde gevoel gaat vandaag niet op. Misschien is het zo dat de laatste loodjes van het collegejaar toch echt het zwaarst wegen, dat het venijn in de staart zit en meer van dat soort opbeurende spreekwoorden om… iemand op te beuren! 1

Nee, ik ben effe uit balans nu… Voor mij geen vuurwerk voor de onafhankelijkheidsdag vandaag.


1 Theo Maassen, ‘Neuk het Systeem’ (1997).

Integratie

Filed Under (Column, Nederlands, Nieuws, Persoonlijk, Studie, Vermaak, Zorg) by Chris Pescott on 27-06-2007

Nadat ik enkele weken geleden wat boeken had gekocht, had ik geld over om boodschappen te doen. In de super was ik vrij snel klaar en sloot achter aan de rij bij de kassa. Het was kwart voor vijf. Voor me stond Rijkman Groenink, je weet wel, van de ABN. Toen het voor hem tijd was de € 33,20 af te rekenen bleek hij helaas zijn portemonnee niet bij zich te hebben. ‘Laten liggen in Engeland, denk ik…’ mompelde hij. Hij vroeg me of ik voor hem kon betalen. ‘In ruil waarvoor?’ was mijn antwoord. ‘Ik geef je een aandeel ABN!’ Hij toverde er een enorme stapel van uit zijn binnenzak. Dat zo’n aandeel meer waard was dan de boodschappen vond hij niet erg. Hij zei: ‘Nu nog wel. Je moet het aandeel trouwens snel wegbrengen, want de bank gaat zo dicht.’ We hadden er geen erg in dat Loretta Schrijver net achter de kassa aan het inwerken was, en de rest is, zogezegd, ‘history’. In de dagen erna meldde RTL Nieuws dat een Engelse bank en een internationaal consortium de bank van Rijkman aan stukken wilden trekken. De bank gaat zo inderdaad dicht.

Lekker integreren. Met z’n allen… Rijkman en ik praatten nog wat en kwamen op ‘integratie’. Sinds kort was ‘integratie’ echt helemaal zijn ‘ding’. Hij was voornemens een grote villa te kopen met een geïntegreerd boerenbedrijf. De integratieperikelen tussen de diverse banken hadden hem op een idee gebracht. Hij dacht aan iets met veel grond, een groot huis, lokaal vee en tropische dieren. Vooral mensapen leken hem leuk. ‘Die houden echt van integreren, ook met mensen,’ Dat was natuurlijk waar. ‘Alleen jammer dat mensen onderling niet integreren.’ Hoewel ik zijn punt begreep dat er veel mis is met de manier waarop autochtonen en allochtonen zich laten samenvoegen heb ik onlangs gezien dat het ook anders kan. ‘Maar jonge Marokkanen integreren tegenwoordig veel beter,’ zei ik. ‘Ze integreren met voetballers, geheel uit eigen beweging. Geen subsidie, niks. Ze gedragen zich als Hollandse supporters, slopen alles wat los en vast zit.’ Hij kon niet anders dan me gelijk geven. Bij nader inzien had hij ook nog een voorbeeld, hij had gehoord dat één van zijn managers een zakelijk krediet van enkele tonnen had verstrekt aan een chirurg. Deze chirurg, die eigenlijk gewoon cosmetisch arts was, had zich verdiept in de integratiegeneeskunde, een nieuwe tak van sport. ‘Wat gaat ‘ie dan doen?’ vroeg ik verbaasd. ‘Nou,’ zei Rijkman, ‘er komt binnenkort een show op TV waarbij kijkers kunnen SMS-en om een nier toe te wijzen aan een ernstig zieke deelnemer van dat programma. En nu gaat deze slimmer dokter achteraf de winnaar en de verliezers aan elkaar opereren, zodat ze de nier kunnen delen. Conjoining, noemt hij het. Het idee is echt goed. Het is namelijk doorgerekend. En het past binnen de hedendaagse marktwerking. Win-win, ha ha!’ Hij moest lachen. ‘En de Inspectie dan?’ Ik kon mijn oren niet geloven. ‘Oh, die wordt geïntegreerd met de jury’s van ‘Dancing wis de Stars’ en ‘Holland’s Next Topmodel’. Dat vergroot hun herkenbaarheid en draagvlak bij het volk. Samen kunnen ze komen tot een optimaal evenwicht tussen kwaliteit en esthetiek.’ Mij werd duidelijk dat integratie geen doel op zich is, eerder een middel. Maar een van de te integreren entiteiten zal altijd meer gewicht in de schaal leggen. Veel tijd om dit goed uit te werken had ik niet, ik moest me voorbereiden op een college waarin gezondheidsrecht, healthcare governance, gezondheidseconomie en sociaal medische wetenschappen geïntegreerd zouden worden. Gelukkig mag ik daarin zelf de emulgator spelen!

Gepubliceerd in: Vox Summa, FBMG, Erasmus Universiteit Rotterdam, juni 2007

Talent

Filed Under (Column, Nederlands, Nieuws) by Chris Pescott on 14-06-2007

Vanmiddag werd, op het Catshuis te Den Haag in de stromende regen, het 83-pagina tellende stuk ‘Samen werken samen leven – Beleidsprogramma Kabinet Balkenende IV 2007-2011′ gepresenteerd. Na 100 dagen touren en interviewen is dit het eindrapport waarin 74 ‘doelen’ en 10 ‘projecten’ staan opgesomd waar het kabinet extra werk van wil maken. Eén van deze doelen werd door Wouter Bos toegelicht, waarschijnlijk omdat zijn partijgenoot van de PvdA Ronald Plasterk portefeuillehouder is van dit ‘doel’. Schoolverlaters moeten worden tegengehouden. Daar draait het om. Er gaat teveel ‘talent’ verloren. Nederland kan het zich niet veroorloven zoveel ‘talent’ te verspillen.

Let wel, het gaat om schoolverlaters. Of die ‘talent’ hebben valt nog te bezien. Want wat is nu ‘talent’? De Grote Van Dale definieert het zo:

ta·lent (het ~, ~en)
1 natuurlijke begaafdheid, bekwaamheid tot iets => gave
2 iem. met veel begaafdheid

Wat bedoelt Wouter Bos dan precies met de veel gebezigde term? Van ‘talent’ in de zin van ‘uitzonderlijke gave’ kan immers geen sprake zijn, behalve wanneer het schoolverlaten op zich als een ‘talent’ wordt beschouwd, namelijk de ‘natuurlijke begaafdheid tot het niet afmaken van een opleiding’. Mocht die gedachtengang juist zijn, dan moeten deze lieden op grond van hun ‘talent’ dus doen waarin ze het best zijn, namelijk stoppen met school. Of is ‘talent’ hier eigenlijk een metafoor? Bedoelt hij in feite: ‘toekomstige grootverdiener die veel mag afdragen in Box 1, 2 en 3′? Het kan natuurlijk ook een eufemisme zijn, en in dat geval bedoelt Wouter gewoon ‘domoren die niet in staat zijn hun prioriteiten te sturen in de richting van het maatschappelijk belang’. Maar dat is een wel heel omslachtige manier van redeneren, ik geef het toe.

Ik hoop dat Wouter Bos ooit ‘talent’ ontplooit de term wat minder makkelijk over de lippen te laten gaan wanneer het jeugd betreft die geen enkele motivatie heeft een opleiding af te ronden, het belang van een deugdelijke scholing niet inziet, welbewust de eigen kansen op het spel zet en daarmee geen dankbaarheid toont voor de mogelijkheden waarvoor jarenlang is gestreden, een onderwijsrecht wat verworden is tot een sociaal grondrecht. Ik vraag me af wat Wouter Bos bezielt om hier te spreken over ‘talent’. Er is misschien van veel sprake, maar toch zeker niet van ‘talent’.

Seks

Filed Under (Column, Nederlands, Nieuws, Vermaak) by Chris Pescott on 11-06-2007

Vrijgevochten Nederland heeft er een nieuwe ‘ontpreutsing’ bij, maar Calvinistisch Nederland ook een ‘frustratie’. Lydia Koopmans lanceerde, of moet ik zeggen ‘flufte’, vandaag namelijk een website getiteld www.hoehetmoet.nl. Op deze website, die een keurmerk heeft ontvangen van de Rutgers Nisso Stichting, kan de bezoeker tegen betaling de technische aspecten van seksuele handelingen leren kennen. Voor alle duidelijkheid, je raakt er niet opgewonden van, het gaat om de techniek. Als zodanig is het een soort e-learning module, waarvan huisarts en seksuoloog Peter Leusink vindt dat het verplichte stof op school zou moeten zijn. Men heeft namelijk geconstateerd dat er onder de jeugd nogal wat misconcepties heersen voor wat betreft de techniek achter seks. Wat moet je wel en niet, hoe moet je gaan zitten, begin je gelijk met penetreren, of moet je eerst je sokken uitdoen, dat soort existentialistische zaken. De site bedoelt een ‘tegengeluid’ te zijn voor alle websites waarop nakende mensen met hun geslachtsdelen zichzelf of anderen trachten te plezieren. Lydia achtte het onwenselijk dat de jeugd van tegenwoordig in de veelheid van internet media verstoken zou blijven van deugdelijke informatie. Daarbij zij gezegd dat het zelf ontdekken, ervaren, proberen en spelen dus een ondergeschikte rol zou moeten spelen in de set activiteiten die we samenvatten onder de noemer ‘seks’. Oftewel, het is een manier om de zogenaamde ‘vieze websites’ acceptabel te maken, omdat voornoemde sites onrealistische beelden schetsen van exorbitant grote pikken, vrolijk spugende vagijnen, dikbesnorde mannen die alleen maar diep en bassig zuchtend met de hand in de zij boos kijken, en dames met alleen rode stiletto’s aan, die oh zo genietend toch een soort van pijn menen te ervaren bij de introductie van allerlei vlezig én niet-biologisch afbreekbaar materiaal in de vele openingen die het vrouwelijk lichaam rijk is. Wie nu zit te lachen weet precies wat ik bedoel. Laten we eerlijk zijn, er is een reden dat de Playboy wat minder oplage heeft dan vroeger, dat 75% van de Nederlandse huishoudens de voorkeur geeft aan ADSL boven anaaloog, en mannen des huizes de PC beheren. Ja, ja, spamguards, firewalls, webwashers, historycleaners, antivirale middelen van Norton en McAfee, ze zijn er niet voor niets. En 20″ LCD schermen zijn niet voor .pdf-jes. Wist u dat meer dan 50% van álle websites een pornosite is? Natuurlijk weet u dat.

Even wat achtergrond informatie om de gemoederen bij u in de onderkleding weer wat te laten bedaren. Na jarenlange overheidsbemoeienis gedurende de jaren ’80 en begin ’90 was de tijd gekomen van eigen verantwoordelijkheid, van zelfregulering, van een terugtredende Rijksmachinebureaucratie. Balkenende IV echter heeft, tot genoegen van een fors contingent sociaal-christendemocratische denkers, de betutteling weer wat teruggebracht. We zijn een dag of 100 gaan luisteren naar de medemens, zeggen wat vaker generaal pardon, moeten collectief wat meer betalen als we de boel vervuilen (Eco-tax, Range Rovertax, Hummertax, X5tax en vliegtax) en worden gewezen op onze leefstijl waarin sport, of althans beweging, een te kleine rol speelt. De verantwoordelijkheid ligt weer bij de overheid, die immers het beste met ons allen voor heeft. Ik zeg: pornosites zijn een ideale manier om meer beweging te stimuleren. Net zoals je in een vliegtuig rondjes moet draaien met je armen, benen, hoofd en schouders teneinde stolsels zich te laten vormen in je venen, kun je vanachter je bureau natuurlijk prima aan ‘sport’ doen. Voordeel: deze ‘sport’school is altijd open, en de prijs van een drankje is er aangenaam laag. De overheid zou dit moeten stimuleren. Het duurt niet lang of ook verzekeraars zullen een gedragsfactor aan hun vragenlijst gaan toevoegen, een gezondheidsdeterminant, waarbij het hebben van een baan met veel bureauwerk je plaatst in een lagere morbiditeits- en mortaliteitsklasse. Ideaal. De winst van de premiekorting wordt teruggegeven aan de burger, die op zijn of haar beurt extra download-speed bij de internetprovider kan bestellen, back-up harde schijven kan plaatsen, en natuurlijk blinderende gordijnen. Het is allemaal zo simpel. Nee, echt!

Groot orgasme! Dat wat betreft internet-porno in het algemeen, maar er is meer. Een website als www.hoehetmoet.nl is onder andere een manier om ‘bed(in)side manners’ aan te leren. Voor een paar slordige Eurootjes kan uw kind u met goed advies terzijde staan wanneer u tijdens de daad in de slaapkamer of keuken wordt betrapt. Hij heeft immers net online gezien hoe het écht moet, terwijl u alleen maar dun-gespeelde videobanden ter beschikking had. En zo zullen meisjes alleen nog maar lege artis worden misbruikt, na duidelijke online instructie. Zo kan ze er goed vertrouwd mee raken. Als het dan toch gebeurt, heeft een jong grietje natuurlijk wel recht op een technisch degelijke verkrachting, vindt u ook niet? En de lieve schoolmeester betaalt de sms-jes uit zijn eigen belbundel! Geen registratie met creditcard meer nodig. Dat geeft trouwens toch niet, want Leusink had al verklaard dat je van deze website niet opgewonden raakt.

Maar de website is natuurlijk funest voor jeugdige creativiteit daar waar het legitieme geslachtsgemeeschap betreft. Los van de bovengemiddelde afmetingen van piemels en schier-onmogelijke koppelingsmogelijkheden (Gardena zou verheugd zijn als alle tuinbewerkingstoepassingen eveneens zo aan elkaar zouden passen; DIN en NEN, eat your heart out), is het dodelijk voor de fantasie. Behoudens de naam, waarin ‘moet’ niet zo heel snugger is gekozen, zal alles wat níet expliciet in een € 1,10 kostend filmpje wordt getoond, alsnog als fout, verkeerd, kwalijk, schadelijk of een openlijke afwijking van de regels kunnen worden gekwalificeerd. De fimpjes worden een leidraad, een richtsnoer, een protocol, waarvan alleen onder stricte voorwaarden mag worden afgeweken. Een meisje zal zich eerst moeten afvragen of de autonomie van de jongen dusdanig is, dat afwijking van de protocollen is gerechtvaardigd. En als je hiervan bent afgeweken, en er volgt schade, bijvoorbeeld pijn, bloedingen, faecale incontinentie, ben je dan ook aansprakelijk? Wie wordt de voorzitter van het bestuursorgaan dat met toezicht zal worden belast? De voormalige programmaminister van Jeugd en Gezin? Wie weet. Een heel niew rechtsgebied ligt klaar om ontgonnen te worden. Zomaar wat overwegingen.

Talpa

Filed Under (Column, Nederlands, Nieuws, Vermaak) by Chris Pescott on 27-03-2007

‘Na anderhalf jaar dreigt het doek te vallen voor het ambitieuze televisieproject van John de Mol, Tien (voorheen Talpa).’ aldus NRC Handelsblad op 19 maart. ‘t Is spijtig. Of toch niet?

Ik heb nog nooit een programma van Talpa/Tien bekeken, er was simpelweg nooit aanleiding. Waarom? Van de aangekondigde programmering word ik niet enthousiast. Los van het feit dat een zender met iets bijzonders zal moeten komen om mij naar de televisie te trekken, spreekt het hele concept mij niet aan. Dezelfde altijd en eeuwig aanwezige bekende Nederlanders uit het B-segment geloof ik nou wel. Zodra ik ergens begin te vermoeden dat Talpa/Tien zich gaat richten op de IQ 100+ bevolking zal ik beoordelen of ik de zender neerzet op een plek die met gemak via de afstandsbediening is te bereiken.

Soaps boeien mij niet. Bekende Nederlanders boeien mij niet. Veel reclame boeit mij niet. Stupide quizjes boeien mij niet. Onzinnig gepraat over futiele onderwerpen boeit mij niet. Er zijn natuurlijk zaken die mij wel boeien, maar daar doet Talpa/Tien niets mee. Dat moet John zelf weten. Op mij rust echter niet de verantwoordelijkheid adverteerders tevreden te houden. Voor Talpa/Tien ben ik bang dat er meer mensen bestaan zoals ik. In het voordeel van Talpa/Tien is dan dat deze mensen vaak nog wel enig geduld op kunnen brengen voor de (inter)nationale voetbalcompetitie.

Talpa / Tien Of de dreigende ondergang van Talpa/Tien te wijten is aan het eigen winstbejag, de matige uitstraling van het programma, of een media-oorlog geïnitieerd door andere commerciële zenders durf ik niet te zeggen. Van één ding mag John de Talpa zich wel wat aantrekken. Je mag je kop best wel boven het maaiveld uitsteken in Nederland. Je moet er alleen voor zorgen dat je met kwaliteit strooit, niet met geld, reclame of een zogenaamde keur aan coryfeën.

Informatie

Filed Under (Column, Nederlands) by Chris Pescott on 26-03-2007

De 21e eeuw is de eeuw van de informatie. Het Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal definieert informatie op verschillende wijzen. Als eerste wordt genoemd:

in•for•ma•tie (de ~ (v.))

  • 1 kennis die iem. bereikt
  • 2 verstrekking van kennis of inzicht

Kennis geldt als een belangrijk aspect binnen de definitie van ‘informatie’. ‘Kennis is macht’, luidt een welbekend spreekwoord. Informatie is dus macht. Het is derhalve niet verwonderlijk dat niet alleen het bedrijfsleven een slaatje probeert te slaan uit deze simpele analogie. En deze analogie wordt niet alleen als core-business gehanteerd binnen de ICT-wereld. Nee, vele sectoren doen hun voordeel met deze nieuw te verwerven rijkdom. Informatie leidt niet alleen een middel geworden, als de analogie van het spreekwoord klopt kan informatie op zich een doel zijn. Hoe meer, hoe beter, wanneer men uitgaat van nutsmaximalisatie. Koppel dit aan het feit dat de gemiddelde individu zijn eigen nut boven dat van een ander stelt, of dat andermans nut ten dienste staat aan het eigen nut, dan kan eenvoudigweg beredeneerd worden waarom men informatie zou willen opnemen.

Niet alleen het gegeven ‘informatie’ is in deze redenering belangrijk. Want informatie moet natuurlijk wel meerwaarde hebben. En of deze meerwaarde dan bestaat uit het feit dat gegevens niet openbaar zijn (zoals bijvoorbeeld de vraag wie Jan Smit nu weer aan de ontbijttafel dekt), of dat de meerwaarde bestaat uit geheime data (zoals plannen van de Amerikaanse regering omtrent een verrassingsvertrek uit ‘Iwreck’…), dat lijkt niet veel uit te maken. We willen het allemaal weten. Al is het alleen maar omdat het macht geeft. Het fenomeen dat de relatieve waarde van deze macht natuurlijk afneemt zodra deze niet meer exclusief is lijkt ons op individueel niveau niet te storen. Zo is de macht van een bankbiljet natuurlijk laag wanneer blijkt dat je er met behulp van een autistisch kind thuis miljoenen feilloos van zou kunnen reproduceren en iedereen zou dit doen. Een enkel individu kan echter wel macht ontlenen aan deze informatie (en toegegeven, ook aan het product ervan). Wanneer de Privé zou melden dat Bonnie St. C. (respect voor de privacy staat bij mij hoog in het vaandel!) ook wel eens wijn drinkt, wordt dat niet direct geassocieerd met macht. De bizarre situatie doet zich voor dat nieuwe informatie dus een hogere marktwaarde kent dan oude. ‘Exclusieve informatie’ is dus machtig, evenals ‘nieuwe’. Van bekende informatie wordt bijna niemand opgewonden, en zal als entiteit weinig brood op de plank brengen. Ik zeg niet ‘geen’, want dat zou betekenen dat historici geen werk hadden. Jammer dat de historicus Hans H. (dat item van respect ga ik nog een keer opvoeren) zich dit niet heeft gerealiseerd voordat hij gevraagd werd als minister van VWS. De marktwaarde van zijn kennis zou wel eens veel groter hebben kunnen zijn dan de marktwaarde van zijn gebrek aan kennis over de hedendaagse zorg. Maar laat ik niet teveel afdwalen.

Waar vormt het gegeven over informatie nu een probleem? Het probleem lijkt voor de individu te zitten in het verliezen van de exclusiviteit. Waar informatie kan worden verkocht, kan een economische doelstelling wel worden behaald, marktwerking doet hierin zijn werk. Wanneer informatie nooit zou worden gedeeld, is de waarde echter ook nul. De waarde van de informatie over het geslacht van een ongeborene, bijvoorbeeld, is in nutstermen nul wanneer deze niet wordt gedeeld. En deze blijft nul wanneer de informatie oud is, en dat is deze al direct na de geboorte, want binnen enkele dagen staat het in de registers.

Als inderdaad het behouden van exclusiviteit een nutmaximerend doel in zich heeft, waarom wordt er dan zo onvoorzichtig mee omgesprongen. Laat ik een aantal voorbeelden noemen. Enkele jaren geleden verloor een medewerker van het ministerie van Defensie een USB-stick met gevoelige informatie over de missie naar Uruzgan. Doodzonde natuurlijk. Het kwijtraken van een USB-stick met informatie die, wanneer verkeerd gebruikt, mensenlevens kan kosten is ronduit verwerpelijk. Maar de gedachtegang van de vinders was al helemaal betreurenswaardig. Terwijl deze informatie op de zwarte marktplaats wellicht tienduizenden Euro’s had kunnen opbrengen liepen deze twee tieners naar de pers. Brave dieven in de eigen portemonnee.

Bij sommige zorginstellingen wordt inmiddels gebruik gemaakt van elektronisch patiëntendossiers (EPD’s). Met medische informatie zou men, behalve vanuit juridisch oogpunt, ook op economische gronden voorzichtig moeten omgaan. Beveiliging van gegevens, opslag volgens de wettelijke bewaarplicht kan geld besparen. Behalve het feit dat men niet zelden vanuit een behandelkamer met slechts enkele aaitjes over de QWERTY de volledige gezondheidsstatus van een willekeurige andere patiënt uit de zorginstelling of regio kan opvragen moet koste wat kost worden bestreden. De Eed van Hippocrates ruziet met de Wet Bescherming Persoonsgegevens om de grootste belangen hierin. Het is onzinnig om papier diep in een archief te verbergen wanneer de bits en de bytes zich letterlijk voor je netvliezen tot zinnige informatie aggregeren. Soms kun je met een beetje extra informatie die je in een gemiddels boulevardblad kunt opdoen zelfs vergewissen van de aanwezigheid van (zeer) bekende Nederlanders en Nederlanders met extra nationaliteiten binnen diezelfde zorginstelling. Je kunt dan gewoon onbewaakt gratis informatie-shoppen. Men zou verwachten dat dat toch onmogelijk zou worden gemaakt. Er bestaat een analogie over een kat en wat spek.

‘De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) ziet toe op eerlijke concurrentie in Nederland.

Zij bestrijdt partijen die kartels vormen en daarbij bijvoorbeeld prijsafspraken maken én partijen die misbruik maken van een economische machtspositie. De NMa houdt toezicht op alle sectoren.’ Ipse dixit. Aanmerkelijke marktmacht als operationalisatie van een economische ‘pole position’ is helaas maar een betrekkelijk begrip. De werkelijke marktmacht van informatie laat zich helaas maar lastig meten. De Herfindahl-Hirschman index bijvoorbeeld, is een zuiver economisch hulpmiddel en kent derhalve aanmerkelijke beperkingen.

Wat is er nu bekend over de machten van vroeger? In de Middeleeuwen was je machtig als je veel land had. Je kon je land verpachten aan een vazal (Achmea kennisquiz, d.d. 11 maart 2007) en vervolgens je macht verder uitbreiden. Macht kon ook worden vergroot door erom te vechten. Tijdens de industriële revolutie kenmerkte macht zich meer door het hebben van veel kapitaal. Hiermee konden grote fabrieken worden gebouwd, en kon veel personeel onder suboptimale omstandigheden de pot spekken voor de eigenaar. Meer inkomsten leidde tot de overname van andere fabrieken en verdere uitbreiding van het eigen vermogen. Macht zat in kapitaal. Macht hedentendage zit in kennis, in informatie. Het belang van de kenniseconomie wordt door de regering via de media naar de burger getrechterd. Kennis is macht. En zoals ik dit betoog begon, informatie is macht. Op alle fronten. En op alle fronten houdt de NMa hierop geen toezicht. Een onopvallende manier om macht te vergroten is door informatie te bemachtigen. Van achter het computerscherm. Of door jezelf gewoon op een SEH waar een EPD is te laten inschrijven voor behandeling. Ziek zijn wordt lucratief! Behalve dat een periode van ziekte thuis de mogelijkheid biedt tot het vergaren van informatie van achter het scherm, biedt menig instelling uitgebreide informatievergaringsinstrumenten op de werkvloer. Stil zitten absorberen achter een TFT-scherm genereert nieuwe onontdekte rijkdommen. Hoezo, bewegingsarmoede brengt kosten met zich mee? We worden er hartstikke stinkend rijk van. Allemaal.

tag cloud