In de tijd dat ik nog co-assistent gynaecologie en verloskunde was in het Ziekenhuis Leyenburg, beleefde een co-genoot (uit mijn groep 44) bittere tijden in het Rijnland Ziekenhuis. Zijn ervaringen van de afdeling zijn een klassieke weergave geworden van de werkelijkheid. Herkenbaar, realistisch en absoluut hilarisch is het volgende relaas.
Overigens zijn deze ervaringen niet die van Anne-Wil of mij ten tijde van de opvang en bevalling van Wynn. Dat ging namelijk uitermate soepel en professioneel allemaal, daarvoor hulde. Het verhaald is er overigens niet minder grappig om…
Op de boerderij
Tja, ik zal maar meteen met de deur in huis vallen: Het zijn zware tijden op de boerderij-afdeling, voor mezelf omgedoopt tot de ‘stallen’. We hebben 6 stallen om precies te zijn, die over het algemeen 24 uur per dag bevolkt zijn met vrouwpersonen die niet op een pondje meer of minder moeten kijken. Een soort reuzenzeugen. Ze puffen, hijgen, knorren, gillen en krijsen dat het een lieve lust is. Ondertussen zwermen mossige verloskundigen met open schoenen (waarom juist hier??) van kamer naar kamer als werksters die in een bijenkorf van larf tot larf gaan.
Ik sta erbij en kijk er vaak naar. Soms moet ik een handschoen aandoen om te kijken of er al wat uit komt.’Ga met je poten uit mijn muts!’ hoor ik uit de verte roepen. Tja, ik doe dit ook niet voor mijn lol. Het is diep en sappig wat ik aan mijn vinger voel. Dan voel ik een lolobal. Moeder is nog niet helemaal ontsloten. Zeg maar zoals Ter Aar ontsloten is op de rest van ons wegennet. Dan maar wat meer van die gel erin. Vaak na 5 uur wachten komt er nog niks. Ja ja het is een dynamisch vak de verlossingskunde. Na eindeloos ophogen van de Synto-pomp (waarom geven ze dat niet meteen als ze a term zijn??) gaan ze persen en hijgen en bolt het perineum op tot een halfronde vorm. Pis, poep, schijt, vruchtwater, fluor van de afgelopen 9 maanden, resten sperma en bloed, vooral veel bloed komen naar buiten gegolfd in een tempo waarbij de Noordzee met windkracht 10 nog rustig is. Gelukkig heb ik mijn kaplaarzen aan denk ik dan maar. het CTG-apparaat draait overuren met een frequentie van 200 per minuut. Het papier raakt ook nog op. Terwijl ik zelf heel hard aan een heftige bedscene met mij en Tom Cruise probeer te denken hoor ik in de verte een werkster roepen ‘doorgaan, doorgaan’.. ja ja ja ja… ik kom! Bij de bushalte vertrekt bus 42 naar het station. Zat ik daar maar in…
De vrucht gaat eruit komen maar net niet helemaal. Zoals een dikke BMW in een iets te nauwe parkeergarage komt het naar buiten, en floept het weer terug. Komt het naar buiten en kruipt het weer terug. De assistent noemt het 3 stappen vooruit, 2 stappen achteruit. Ja ja denk ik dan… De vrouw knijpt in je handen alsof ik zelf ook geen gevoel meer heb in mijn lichaam. Al hyperventilerend komen jij en de assistent toch maar tot de conclusie dat het kind een kapje moet krijgen. De stofzuiger gaat aan, de gynaecoloog trekt het hoofdje met een ankerketting richting uitgang. Zoals je zelf de stop uit het bad trekt. Ik durf vaak niet te kijken. Bang dat opeens een kopje zonder romp tegen de muur gaat aanvliegen… Wanneer het hoofdje de vorm van een komkommer heeft is het vaak goed en pakt de gynaecoloog de Grote Schaar en knipt de vrouw open tot halverwege haar bil. Van afschuw draai mijn hoofd weg. Ik hoor de schaar knippen. Nu is het echt de rode zee van waaruit een harige courgette met daaraan een rompje vol met smegma getrokken wordt. Vaak moet ik het uitzuigen… Bang om zelf zuigelingensputum door te slikken, daarom blaas ik vaak maar… ‘Houd het lekker zelf bij je,’ denk ik dan. Buiten stapt de familie uit bus 40…
Opkijkend tussen de enorme dijen van de vrouw, over de rode heuvel, ziet het hoofd van de moeder eruit als een blauwe zon. Ze huilt en is blij. Ook pappa huilt. Zusje is niet blij. Ze was liever alleen gebleven. Terwijl ik aan een – uit de moeder hangend – snoer trek, wat voelt als een inktvis, rinkelen de GSM’s in koor om je heen en zoemen de HandyCams als wespen rond een glas bessenjenever… Dat zou ik nu best wel lusten. Pappa krijgt een schaar en moet met zijn door tranen betroebelde ogen op het inktvisdraad mikken. Het zakje met de balletjes wordt op een haar na gemist. Pfff… dat moest er nog eens bij komen. Oma vindt het niet meer leuk en gaat op de gang een shekkie draaien. Een verre tante gluurt stiekem achter het gordijntje.
Het kindje heet Djowie Luca. Iedereen roept in koor ‘wat bijzonder, waar komt het vandaan?’ De ouders weten het zelf niet. Ondertussen ruk ik nog wat aan het inktvistouw. Het geeft niet mee, alsof er een enorme vis aan de andere kant zit te trekken. Laten we er maar een naald in steken. Djowie huilt ondertussen dat het een lieve lust is. Opa heeft geen oog voor de kleine en gluurt al vanaf het begin mee over mijn schouders naar wat er tussen de benen van zijn schoondochter gebeurt. Djowie is nu los van moeder en sabbelt er al uitbundig op los. ‘Was ik dat maar…’ fluistert opa in mijn rechteroor. Bus 49 vertrekt naar Noordwijk. Ik zou best willen uitwaaien op het strand…
Het borrelt en het pruttelt. Dan heb ik beet. Het is geen haai, maar een grote paarse kwal. Warm en drillerig met een aparte geur. Ik ontleed de kwal en keer hem binnenstebuiten. Er zitten geen rare dingen aan of in, moeder vertelt triomfantelijk dat je dus van roken geen slechte placenta krijgt. Hij hoeft niet mee van pappa. De tuin is toch al net nieuw aangelegd. Ik geef Djowie een nicotinepleister op zijn navelstrengetje terwijl ik zijn vingertjes tel. Mamma wil hem terug. Intussen wordt ze met veel visdraad voor zover het gaat weer dichtgemaakt van onder. ‘Zo, dat gaat bij de derde vast makkelijker,’ denk ik dan. Vader en opa kijken bedenkelijk en vragen zich af of het nog wel goed komt. Moeder voelt niks. Pappa zal nooit meer iets voelen. De assistent zegt dat hij nog even aan het rommelen is van onder. ‘Hmm, hij heeft de essentie van het vak begrepen.’ denk ik bij mezelf. Bus 48 vertrekt…
Moeder is dicht. Dader of vader zit te SMS-en. De rest van de familie bonkt op de deur alsof hier de dolle dwaze dagen van de Bij gaan beginnen. Ik zit onder het bloed, en ik voel me ranzig. Moeder wil douchen… Ik ga eerst…
Peter Nijboer, 19 september 2002
Wynn is alweer een week geleden geboren in het Rijnland Ziekenhuis Leiderdorp, onze familie heeft niet in bus 40 gezeten…