Cijfers

Filed Under (Column, Nederlands, Persoonlijk, Studie) by Chris Pescott on 04-07-2007

In de tijd dat ik nog geneeskunde studeerde, of nee, in de tijd dat ik ingeschreven was bij de faculteit geneeskunde, was het adagium: ‘Een 6 is voldoende’. En daarmee bedoelde ik natuurlijk een 5,5. Het kwam voor dat ik meerdere pogingen nodig had om die 5,5 te bemachtigen, al dan niet met discussies bij nabesprekingen om maar dat laatste tiende puntje te sprokkelen om mij voor een extra herkansing te vrijwaren. Dat was toen, in de jaren ’90.

Onlangs maakte ik een behoorlijk onevenwichtig tentamen bij het iBMG in Rotterdam. Zorgverzekeringen en Zorgstelsels heet het integratievak, waarin diverse elementen van de verzorgings- en verzekeringsstaat aan bod kwamen. Waarom was het tentamen onevenwichtig?

Ten eerste omdat het nauwelijks een afspiegeling was van de colleges. Geen enkele rechtenvraag kwam er in voor, en dat terwijl toch ongeveer 15% van de colleges hieraan was gewijd. Hier en daar bleek het in de tentamenvragen mogelijk wat juridische zaken aan te slepen, maar dat betekent nog niet dat er sprake is van evenwicht.

De hypnotiserende kracht van cijfers Ten tweede werd met name aan het thema ‘maatschappelijk ondernemen’ juist onevenredig veel aandacht geschonken. Natuurlijk dit is belangrijk, maar naast een essay zou men toch kunnen verwachten dat aan andere belangrijke thema’s wat aandacht zou worden besteed. Het essay blijkt een ‘teaser’ te zijn geweest waaruit de gemiddelde student had moeten afleiden dat hij of zij er nog veel meer over zou worden doorgezaagd. Zo had ik het niet begrepen. Dit laatste temeer daar het essay geen enkele waarde vertegenwoordigt in de herkansing. En zelfs nu was de weging (10% van het eindcijfer) eigenlijk de moeite van de exercitie niet waard. Wel voor het cijfer op zich, niet voor de uitwerking die het maximaal op het eindcijfer kan hebben. Daar komt nog bij dat ik een sterke aversie heb tegen het type vraag: ‘In de colleges en in het laatste hoofdstuk van het proefschrift van dr. zus en zo staat iets wat u hier moet reproduceren [5 punten]‘, waardoor ik zo’n vraag gewoonweg niet WIL beantwoorden. Het getuigt namelijk van een mening, een indivuele perceptie, en om dat nou als gemeengoed te accepteren in een tentamenvraag gaat me echt veel te ver. Zelfs wanneer het gaat om een proefschrift. Het lijkt op rijtjes leren wat ik op de basisschool vaak moest evenals bij Duits in 3 VWO en bij geneeskunde (noteer de 5 meest voorkomende diagnosen van acute buikpijn). Onevenwichtig, ook hier.

Ten derde was het tentamen onevenwichtig in zichzelf. Wat ik daarmee bedoel? Dat het prettig is te ervaren dat je na 5 van de 15 vragen ongeveer op 1/3 deel van de totaal beschikbare tijd uitkomt en ook op ongeveer 1/3 deel van het schrijfwerk. Schrijven op zich is geen probleem, maar halverwege had ik er eigenlijk weinig zin meer in. Een gevoel bekroop me, zo van: ‘Ik weet het antwoord wel, maar ik heb gewoon geen enkele motivatie om het op te schrijven.’ De lol van het beantwoorden was bij dit tentamen erg ver te zoeken. Intern dus een gebrek aan evenwicht.

Mijn eindcijfer? Natuurlijk een 5,5! Tevreden en blij? Nee natuurlijk niet, want het zorgt voor een dramatische onevenwichtigheid op mijn cijferlijst waar tot vandaag alleen maar 7′s en hoger prijkten. Gecombineerd met het essay levert het een magere 6 op. Het geneeskunde gevoel gaat vandaag niet op. Misschien is het zo dat de laatste loodjes van het collegejaar toch echt het zwaarst wegen, dat het venijn in de staart zit en meer van dat soort opbeurende spreekwoorden om… iemand op te beuren! 1

Nee, ik ben effe uit balans nu… Voor mij geen vuurwerk voor de onafhankelijkheidsdag vandaag.


1 Theo Maassen, ‘Neuk het Systeem’ (1997).

tag cloud