Jun 14
2007Talent
Filed Under (Column, Nederlands, Nieuws) by Chris Pescott on 14-06-2007
Vanmiddag werd, op het Catshuis te Den Haag in de stromende regen, het 83-pagina tellende stuk ‘Samen werken samen leven – Beleidsprogramma Kabinet Balkenende IV 2007-2011′ gepresenteerd. Na 100 dagen touren en interviewen is dit het eindrapport waarin 74 ‘doelen’ en 10 ‘projecten’ staan opgesomd waar het kabinet extra werk van wil maken. Eén van deze doelen werd door Wouter Bos toegelicht, waarschijnlijk omdat zijn partijgenoot van de PvdA Ronald Plasterk portefeuillehouder is van dit ‘doel’. Schoolverlaters moeten worden tegengehouden. Daar draait het om. Er gaat teveel ‘talent’ verloren. Nederland kan het zich niet veroorloven zoveel ‘talent’ te verspillen.
Let wel, het gaat om schoolverlaters. Of die ‘talent’ hebben valt nog te bezien. Want wat is nu ‘talent’? De Grote Van Dale definieert het zo:
ta·lent (het ~, ~en)
1 natuurlijke begaafdheid, bekwaamheid tot iets => gave
2 iem. met veel begaafdheid
Wat bedoelt Wouter Bos dan precies met de veel gebezigde term? Van ‘talent’ in de zin van ‘uitzonderlijke gave’ kan immers geen sprake zijn, behalve wanneer het schoolverlaten op zich als een ‘talent’ wordt beschouwd, namelijk de ‘natuurlijke begaafdheid tot het niet afmaken van een opleiding’. Mocht die gedachtengang juist zijn, dan moeten deze lieden op grond van hun ‘talent’ dus doen waarin ze het best zijn, namelijk stoppen met school. Of is ‘talent’ hier eigenlijk een metafoor? Bedoelt hij in feite: ‘toekomstige grootverdiener die veel mag afdragen in Box 1, 2 en 3′? Het kan natuurlijk ook een eufemisme zijn, en in dat geval bedoelt Wouter gewoon ‘domoren die niet in staat zijn hun prioriteiten te sturen in de richting van het maatschappelijk belang’. Maar dat is een wel heel omslachtige manier van redeneren, ik geef het toe.
Ik hoop dat Wouter Bos ooit ‘talent’ ontplooit de term wat minder makkelijk over de lippen te laten gaan wanneer het jeugd betreft die geen enkele motivatie heeft een opleiding af te ronden, het belang van een deugdelijke scholing niet inziet, welbewust de eigen kansen op het spel zet en daarmee geen dankbaarheid toont voor de mogelijkheden waarvoor jarenlang is gestreden, een onderwijsrecht wat verworden is tot een sociaal grondrecht. Ik vraag me af wat Wouter Bos bezielt om hier te spreken over ‘talent’. Er is misschien van veel sprake, maar toch zeker niet van ‘talent’.









